- Home
- /
- Gids
- /
- Achmea analogieën oefenen met voorbeelden
Achmea analogieën oefenen met voorbeelden
Oefen Achmea analogieën met duidelijke voorbeelden en leer verbanden sneller herkennen bij HFM, LTP of Harver (NOA).
Gericht oefenen voor Achmea
Voor Achmea kun je een online assessment ontvangen via HFM, LTP of Harver (NOA). In die trajecten komen onder meer analogieën terug, waarbij je snel moet zien hoe twee woorden of begrippen met elkaar samenhangen.
Deze pagina helpt je met voorbeelden van de manier van denken achter analogieën. Zo oefen je niet op losse trucjes, maar op het herkennen van de relatie die in een antwoord ook echt klopt.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Zo kijk je naar de relatie tussen begrippen
Bij analogieën draait het om het verband tussen twee woorden en het vinden van een gelijksoortig verband in een andere combinatie. Dat kan gaan om betekenis, functie, onderdeel-geheel of categorie.
Kijk eerst wat de twee begrippen precies met elkaar gemeen hebben. Is het een hulpmiddel en de taak waarvoor je het gebruikt, een onderdeel en het geheel, of twee woorden die in dezelfde categorie vallen? Door dat onderscheid scherp te maken, wordt de keuze meestal overzichtelijker.
- Zoek het type verband, niet alleen een woord dat bekend voorkomt.
- Controleer of de relatie in beide paren op dezelfde manier werkt.
- Kies het antwoord dat logisch past, ook als een optie inhoudelijk vertrouwd lijkt.
Voorbeelden van veelvoorkomende verbanden
Een voorbeeld van een functierelatie is: sleutel staat tot slot, zoals pen staat tot schrijven. De eerste relatie laat zien waarvoor iets dient; hetzelfde patroon moet je dan in het tweede paar terugzien.
Bij een categorieverband kan het gaan om iets als hond en dier, vergelijkbaar met appel en fruit. Hier draait het niet om gebruik, maar om de groep waar iets onder valt.
Ook deel-geheelrelaties komen voor, bijvoorbeeld wiel en fiets, of blad en boek. In zulke gevallen helpt het om te letten op de richting van de relatie: onderdeel naar geheel of juist andersom.
Wanneer je oefent met voorbeelden, word je sneller in het herkennen van dit soort logica. Dat is handig bij een online assessment, omdat je minder tijd kwijt bent aan twijfelen tussen antwoordopties.
Oefenen met een besluitvormende aanpak
Lees de woorden rustig en bepaal meteen welk soort verband waarschijnlijk bedoeld wordt. Daarna vergelijk je de antwoordopties met dat verband en schrap je alles wat niet exact dezelfde logica volgt.
- Benoem het verband in je eigen woorden.
- Vergelijk dat verband met de tweede woordcombinatie.
- Schrap opties die een ander type relatie gebruiken.
- Kies het antwoord dat het patroon het strakst volgt.
Door steeds op dezelfde manier te werken, bouw je een vast besliskader op. Dat geeft houvast als je verschillende assessmentvormen van Achmea tegenkomt, of dat nu via HFM, LTP of Harver is.