- Home
- /
- Gids
- /
- AkzoNobel matrixen voorbereiding
AkzoNobel matrixen voorbereiding
Bereid je gericht voor op het AkzoNobel-assessment met matrixen, analogieën en reeksen. Lees wat je eerst oefent en hoe je tempo opbouwt.
Gericht starten met de voorbereiding
Wie zich voorbereidt op het AkzoNobel-assessment, doet er goed aan eerst te focussen op de capaciteitentest. Die wordt afgenomen door GITP en bevat meestal onderdelen zoals matrixen, analogieën, cijferreeksen en figuurreeksen. De resultaten worden vergeleken met een normgroep, dus vertrouwd raken met de vraagvormen en het tempo is belangrijk.
Ook de persoonlijkheidstest hoort bij het assessment, maar voor een rustige voorbereiding ligt de eerste prioriteit meestal bij de cognitieve onderdelen. Daar kun je direct invloed op hebben door te oefenen met patroonherkenning, logisch redeneren en tijdsdruk.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Zo pak je de eerste oefenstappen aan
Begin met de vraagtypes die het vaakst terugkomen en bouw daarna pas breedte op. Matrixen zijn een logisch startpunt, omdat je daar leert kijken naar een onderliggend patroon in een raster van 3 bij 3 vakjes. Dat helpt je ook bij andere abstracte opgaven.
- Oefen eerst matrixen om patronen sneller te herkennen.
- Werk daarna aan analogieën en reeksen voor variatie in redeneren.
- Neem pas op het einde een volledige, getimede oefensessie door.
Houd de voorbereiding compact en consistent. Korte oefenblokken werken vaak beter dan lang doorschuiven, zeker als je nog moet wennen aan het format van GITP.
Waar matrixen om draaien
Bij matrixen zie je een reeks figuren die samen een regel volgen. Je taak is om het patroon te analyseren en het ontbrekende figuur te bepalen. Het gaat daarbij om nauwkeurig kijken naar veranderingen in vorm, plaatsing, richting of samenstelling.
De module rond matrixen sluit aan op abstract redeneren en geeft je een beeld van de manier waarop dit onderdeel in een assessment wordt opgebouwd. Door gericht te oefenen raak je sneller gewend aan de opgave-opbouw en aan het soort denkstappen dat nodig is.
Waar je tijdens het oefenen op let
Voor een efficiënte voorbereiding helpt het om niet alles tegelijk te willen verbeteren. Zet eerst in op begrip van het vraagtype, daarna op tempo en pas daarna op het combineren van meerdere onderdelen in één oefenronde.
Let ook op je werktempo. Bij dit soort opgaven is het niet alleen belangrijk dat je het patroon ziet, maar ook dat je voldoende ritme houdt om binnen de beschikbare tijd te blijven werken.