- Home
- /
- Gids
- /
- De Bijenkorf assessment analogieën voorbeelden
De Bijenkorf assessment analogieën voorbeelden
Oefen analogieën voor het assessment van De Bijenkorf met duidelijke voorbeelden en een praktische aanpak voor verbaal redeneren.
Voorbeelden die helpen bij de voorbereiding
Bij het assessment van De Bijenkorf kun je bij de capaciteitentest ook analogieën tegenkomen. In deze module draait het om verbaal redeneren: je herkent hoe twee begrippen met elkaar samenhangen en zoekt dezelfde relatie in een nieuw voorbeeld.
De beste voorbereiding begint met het snel zien van het verband. Let eerst op de meest voor de hand liggende relatie, zoals functie, categorie, eigenschap of betekenis. Als je die basis snel scherp hebt, werk je rustiger door de antwoordopties heen.
Omdat het assessment door GITP wordt afgenomen, is het nuttig om vooraf te oefenen met dit vraagtype. Zo raak je vertrouwd met de manier van denken die in de test wordt gevraagd.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Waar je in voorbeelden op let
Een goede aanpak is om het eerste woordpaar niet alleen te lezen, maar ook kort te benoemen wat de relatie is. Denk aan zaken als lid van een groep, hulpmiddel bij een taak, deel van een geheel of iets met een vergelijkbare betekenis.
Vervolgens vergelijk je die relatie met de antwoordopties. De juiste optie hoeft niet inhoudelijk hetzelfde onderwerp te hebben, maar wel dezelfde logica te volgen. Juist dat onderscheid is vaak belangrijk bij analogieën.
Bij de voorbereiding voor De Bijenkorf is het verstandig om niet te lang op één opgave te blijven hangen. Oefen liever met het herkennen van het verband dan met het onthouden van losse voorbeelden.
Concrete situaties uit de oefening
Voorbeeldsituaties helpen vooral om het type relatie snel te herkennen. Als je bijvoorbeeld een paar ziet als kledingstuk en winkel, dan denk je aan een verband tussen product en plek. Zie je een paar als auteur en boek, dan gaat het om maker en resultaat.
Ook abstractere voorbeelden komen voor. Bij begrippen zoals besparen en uitgeven gaat het om tegengestelde handelingen. Bij woorden als zomer en winter herken je een tegenstelling binnen dezelfde categorie.
Soms lijkt meer dan één antwoord mogelijk. Kijk dan welke optie precies dezelfde relatie heeft als het voorbeeldpaar. De details zijn belangrijker dan het onderwerp zelf.
- Herken eerst het soort relatie tussen de twee woorden.
- Vergelijk daarna alleen de relatie, niet het onderwerp.
- Kies de optie die logisch en precies hetzelfde verband laat zien.
Wat je eerst moet prioriteren
Begin met de eenvoudigste relaties. Als je snel leert zien of het om categorie, functie of tegenstelling gaat, bouw je tempo op zonder onnodig te gokken.
Daarna kun je oefenen met voorbeelden die subtieler zijn. In zulke opgaven lijken meerdere antwoordopties gedeeltelijk te kloppen, maar slechts één heeft exact dezelfde relatie.
Rond je voorbereiding af met gemengde oefenreeksen, zodat je gewend raakt aan de afwisseling binnen de capaciteitentest. Dat is passend bij de opbouw van het assessment van De Bijenkorf, waarin verschillende onderdelen naast elkaar kunnen voorkomen.
- Bepaal eerst het verband tussen de twee woorden.
- Controleer of de relatie in de antwoordopties even precies terugkomt.
- Oefen daarna met gemengde sets om sneller te schakelen.