- Home
- /
- Gids
- /
- L’Oréal assessment analogieën: voorbeelden en voorbereiding
L’Oréal assessment analogieën: voorbeelden en voorbereiding
Bereid je gericht voor op analogieën in het L’Oréal assessment met concrete voorbeelden, aandachtspunten en een praktische volgorde van oefenen.
Gericht starten met analogieën
Voor een L’Oréal assessment met Cubiks (Talogy) is het verstandig om eerst te kijken naar de onderdelen die vaak terugkomen. Analogieën horen daarbij, naast figuurreeksen, numeriek inzicht en rekenvaardigheid.
Bij deze module draait het om het herkennen van een verband tussen woorden of begrippen en dat verband snel toepassen op een nieuw paar. Denk aan relaties zoals betekenis, functie of categorie. Wie de logica van het verband eerst begrijpt, werkt meestal rustiger en nauwkeuriger.
Omdat de uitnodiging per mail meer duidelijkheid geeft over de exacte inhoud, is het slim om je voorbereiding af te stemmen op de instructies in die mail. Voor analogieën helpt het om te beginnen met eenvoudige verbanden en daarna pas te versnellen.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Voorbeelden van verbanden die je kunt verwachten
In analogieën krijg je vaak woordparen waarbij de relatie niet meteen letterlijk zichtbaar is. Het kan gaan om een synoniem, een tegenstelling, een onderdeel-geheelrelatie of een functie-relatie. Het doel is niet om woorden los te kennen, maar om de samenhang te zien.
- Betekenis: twee woorden die dicht bij elkaar liggen of juist elkaars tegenpool zijn.
- Categorie: een voorbeeld past in dezelfde groep als het andere woord.
- Functie: het ene woord verwijst naar een gebruik of doel van het andere.
- Onderdeel-geheel: een term hoort bij een groter geheel of systeem.
Een praktische aanpak is om eerst de relatie tussen de voorbeeldwoorden in je eigen woorden te benoemen. Daarna vergelijk je die relatie met de antwoordopties. Zo voorkom je dat je alleen op de woordbetekenis afgaat zonder naar het verband te kijken.
Zo pak je de voorbereiding in de juiste volgorde aan
Begin met analogieën, omdat dit een duidelijk verbaal redeneringsonderdeel is en je hier snel grip op kunt krijgen. Als het verband tussen woorden je beter afgaat, kun je daarna makkelijker overschakelen naar de andere numerieke en abstracte onderdelen van het assessment.
- Oefen eerst met het benoemen van het verband tussen twee woorden zonder naar antwoordopties te kijken.
- Werk daarna met gemengde voorbeelden waarin je moet kiezen uit meerdere mogelijke relaties.
- Vergelijk je aanpak met fout gemaakte opgaven en let op welk type verband je miste.
- Verdeel je tijd vervolgens over de andere onderdelen die in Cubiks-tests vaak terugkomen.
Voor L’Oréal is het vooral nuttig om breed, maar doelgericht te oefenen. De combinatie van analogieën met figuurreeksen, rekenvaardigheid en numeriek inzicht vraagt om een voorbereiding waarin snelheid en nauwkeurigheid samen terugkomen.
Wat je in de praktijk helpt tijdens het assessment
Tijdens het assessment is het waardevol om rustig te blijven bij vragen die minder direct aanvoelen. Analogieën vragen vaak om een kleine mentale stap: niet alleen kijken naar wat woorden betekenen, maar vooral naar hoe ze zich tot elkaar verhouden.
Als je twijfelt, haal dan eerst de kern uit het voorbeeldpaar. Bepaal of het om gelijkenis, tegenstelling, functie of een andere vaste relatie gaat. Pas daarna kies je het antwoord dat dezelfde lijn volgt.
Door vooraf te oefenen met concrete voorbeeldsituaties bouw je herkenning op. Dat maakt het eenvoudiger om in de echte test sneller te zien welk verband dominant is en welke afleider je kunt negeren.