- Home
- /
- Gids
- /
- Simon-Kucher assessment oefenen met voorbeelden
Simon-Kucher assessment oefenen met voorbeelden
Oefen met voorbeelden voor het Simon-Kucher assessment. Bereid je voor op SHL-onderdelen zoals figuurreeksen, syllogismen en numeriek redeneren.
Gericht starten met voorbeelden
Bij de voorbereiding op het Simon-Kucher assessment is het slim om eerst te kijken naar de vraagvormen die je waarschijnlijk tegenkomt. Simon-Kucher laat het assessment afnemen door SHL, waardoor je vaak oefent met onderdelen zoals figuurreeksen, syllogismen en numeriek redeneren.
Voorbeelden helpen je vooral om de opbouw, het tempo en de manier van redeneren te herkennen. Dat is nuttig als je nog niet precies weet welke onderdelen in jouw uitnodiging staan. Begin daarom met de vraagtypen die het meest voorkomen en werk daarna pas verder aan snelheid.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Welke onderdelen je kunt verwachten
Het assessment bestaat doorgaans uit een cognitieve capaciteitentest, soms aangevuld met een persoonlijkheids- of gedragsmeting. De capaciteitentest richt zich op analytisch vermogen, logisch redeneren en probleemoplossend denken.
Omdat de invulling per traject kan verschillen, controleer je best eerst de uitnodigingsmail of het online SHL-platform. Daar zie je welke onderdelen voor jou gelden en kun je je oefening daarop afstemmen.
- Figuurreeksen voor abstract redeneren
- Syllogismen voor verbaal of deductief redeneren
- Numeriek redeneren met tabellen en grafieken
Zo gebruik je voorbeeldvragen verstandig
Werk voorbeeldvragen eerst rustig door zonder op tijd te letten. Zo zie je welke informatie belangrijk is en hoe de redenering per vraagtype verloopt. Daarna kun je dezelfde soort vragen herhalen met meer focus op tempo.
Let vooral op patronen in de aanpak. Bij figuurreeksen draait het om regelherkenning, bij syllogismen om strakke logica en bij numerieke vragen om zorgvuldig lezen en rekenen. Door dat onderscheid helder te houden, voorkom je dat je één aanpak op alles toepast.
Voorbeelden van wat je oefent
Bij syllogismen krijg je bijvoorbeeld twee stellingen en moet je bepalen welke conclusie daar logisch uit volgt. Het gaat dan minder om voorkennis en meer om nauwkeurig afleiden wat wel en niet bewezen is.
Bij numeriek redeneren zie je vaak een tabel of grafiek met gegevens waaruit je een vergelijking, trend of berekening moet halen. De kern is dat je rustig leest, de juiste cijfers selecteert en geen aannames toevoegt die niet in de data staan.
Bij figuurreeksen zoek je naar een patroon in abstracte figuren. Denk aan herhaling, rotatie, verschuiving of een combinatie van regels. Hoe vaker je dit oefent, hoe sneller je relevante details herkent.