- Home
- /
- Gids
- /
- AkzoNobel assessment provider GITP ervaringen en oefenen
AkzoNobel assessment provider GITP ervaringen en oefenen
Lees wat je kunt verwachten bij het AkzoNobel-assessment via GITP, met focus op capaciteitentest, persoonlijkheidstest en voorbereiding.
Wat je kunt verwachten van deze voorbereiding
Bij het assessment van AkzoNobel via GITP draait het meestal om een capaciteitentest en een persoonlijkheidstest. In de praktijk ervaren veel kandidaten vooral dat de capaciteitentest het meeste gerichte oefenen vraagt, omdat de opgaven onder tijdsdruk worden gemaakt en met een normgroep worden vergeleken.
Deze pagina helpt je met een praktische checklist: welke onderdelen vaak terugkomen, hoe de afname er globaal uitziet en waar je op kunt letten als je je voorbereidt. Welke exacte onderdelen jij krijgt, staat in je uitnodigingsmail of in het online platform van GITP.
De ervaring voor kandidaten is meestal dat duidelijkheid en tempo belangrijk zijn. Als je vooraf weet wat voor vraagtypen je kunt tegenkomen, werk je tijdens het assessment vaak rustiger en doelgerichter.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Hoe de opzet in de praktijk aanvoelt
Het traject bestaat doorgaans uit online onderdelen die elkaar aanvullen. De capaciteitentest laat zien hoe je redeneren, patroonherkenning en werktempo zich verhouden tot een normgroep. De persoonlijkheidstest, waaronder vaak een Big5-vragenlijst, geeft een beeld van je voorkeursgedrag.
Veel mensen merken dat de opgaven in de capaciteitentest compact en taakgericht zijn. Je krijgt weinig ruimte om lang stil te staan bij één vraag, waardoor het helpt om meteen een vaste aanpak te kiezen en die consequent toe te passen.
De onderdelen die het vaakst worden genoemd zijn matrixen, analogieën, cijferreeksen en figuurreeksen. Niet elk traject bevat exact dezelfde combinatie, dus controleer altijd wat in jouw uitnodiging staat.
Waar ervaringen meestal op neerkomen
De meest voorkomende ervaring is dat de voorbereiding vooral nuttig is om vertrouwd te raken met de vraagvormen. Kandidaten geven vaak aan dat herkenning van patronen belangrijker voelt dan uitgebreide theorie. Vooral bij matrixen en figuurreeksen draait het om snel zien wat verandert in vorm, positie, aantal of richting.
Bij cijferreeksen ervaren veel kandidaten dat tempo en overzicht samenkomen. Het helpt om steeds dezelfde stappen te volgen: patroon zoeken, regel controleren en pas daarna kiezen. Bij analogieën gaat het vaker om het scherp lezen van verbanden tussen woordparen, als dat onderdeel in jouw traject zit.
De algemene indruk is dat een rustige, gestructureerde aanpak beter werkt dan proberen alles uit het hoofd te leren. Wie vooraf met vergelijkbare opgaven oefent, voelt zich meestal sneller vertrouwd met de opbouw van het assessment.
Praktische checklist voor je voorbereiding
Gebruik een korte en vaste voorbereiding om je ervaring met het assessment voorspelbaarder te maken. Dat hoeft niet uitgebreid te zijn; consistent oefenen met de juiste onderdelen is meestal effectiever dan af en toe veel doen.
- Controleer in je uitnodigingsmail welke onderdelen voor jou gelden.
- Oefen extra op de capaciteitstest, omdat daar vaak de meeste focus ligt.
- Werk met opgaven die lijken op matrixen, cijferreeksen, figuurreeksen en eventueel analogieën.
- Oefen onder tijdsdruk zodat het tempo minder verrassend aanvoelt.
- Lees de instructies per onderdeel zorgvuldig en blijf bij één vaste aanpak.
Als je merkt dat één onderdeel moeilijker voelt, is dat normaal. Veel kandidaten gebruiken juist die signalen om gericht bij te sturen, bijvoorbeeld door extra aandacht te geven aan patroonherkenning of rekenwerk zonder dat het hele traject verandert.
Een logische manier om te oefenen
Begin met het verkennen van de vraagtypen en maak daarna pas een reeks oefenopgaven. Door eerst de opzet te begrijpen, voorkom je dat je tijdens het maken te veel tijd verliest aan zoeken naar de juiste aanpak.
Werk vervolgens per onderdeel. Bij abstracte opgaven zoals matrixen en figuurreeksen kijk je vooral naar visuele patronen; bij cijferreeksen let je op rekenkundige logica; bij analogieën draait het om de relatie tussen woorden. Zo houd je je voorbereiding overzichtelijk.
Sluit af met een korte herhaling onder tijdsdruk. Dat maakt het makkelijker om tijdens het echte assessment rust te bewaren en je aandacht te richten op de opgave in plaats van op de vorm.