- Home
- /
- Gids
- /
- Dura Vermeer assessment van GITP: voorbeelden
Dura Vermeer assessment van GITP: voorbeelden
Bereid je voor op het GITP-assessment van Dura Vermeer met voorbeelden van matrixen, cijferreeksen, figuurreeksen en analogieën.
Gericht oefenen voor het assessment
Ga je het assessment van Dura Vermeer maken, dan helpt het om vooraf vertrouwd te raken met de opbouw en de vraagtypen. Het assessment wordt afgenomen door GITP en bestaat uit een capaciteitentest en een persoonlijkheidstest.
Vooral bij de capaciteitentest is oefenen zinvol, omdat je prestaties worden vergeleken met een normgroep. Met voorbeelden van vergelijkbare opgaven werk je gericht aan patroonherkenning, tempo en nauwkeurigheid.
Welke onderdelen je precies krijgt, staat in je uitnodigingsmail of in het online platform van GITP. Meestal gaat het om matrixen, figuurreeksen, cijferreeksen en soms analogieën.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Zo herken je de soorten voorbeelden
De voorbeelden sluiten aan op de manier waarop het assessment is opgebouwd. Je oefent dus niet losstaande trucjes, maar herkenbare denkstappen die je ook tijdens de afname nodig hebt.
- Matrixen: zoek het ontbrekende vakje door te letten op patronen in vorm, richting, aantal of positie.
- Figuurreeksen: bepaal welke figuur logisch volgt op basis van veranderingen in de reeks.
- Cijferreeksen: ontdek het patroon in getallen en werk stapsgewijs naar de volgende stap.
- Analogieën: oefen met woordverbanden als dit onderdeel in jouw uitnodiging staat.
Bij deze voorbeelden draait het om rustig analyseren en consequent vergelijken. Wie vaker met dezelfde soort opbouw werkt, herkent sneller wat relevant is en hoeft minder tijd te besteden aan oriënteren.
Praktische voorbereiding op de testdag
Een goede voorbereiding begint met het lezen van je uitnodiging. Daarin staat welke onderdelen onderdeel zijn van jouw assessment en of analogieën voor jou van toepassing zijn.
Daarna helpt het om per onderdeel kort en doelgericht te oefenen. Richt je vooral op het herkennen van patronen, het bewaken van je tempo en het nauwkeurig volgen van instructies.
Voorbeelden zijn vooral nuttig als je ze gebruikt om je aanpak te verfijnen. Let tijdens het oefenen op veelvoorkomende kenmerken, zoals herhaling, verschuiving, volgorde en eenvoudige rekenregels.
Waar je in de praktijk op kunt letten
Bij matrixen kan een voorbeeld bestaan uit een raster waarin een logisch verband ontbreekt. Je leert dan kijken naar combinaties van eigenschappen in plaats van naar één losse aanwijzing.
Bij cijferreeksen zie je vaak een rij waarin een rekenregel of volgpatroon verborgen zit. Door systematisch te vergelijken, ontdek je sneller of er sprake is van optellen, aftrekken of een andere herhaling.
Bij figuurreeksen draait het meestal om een verandering per stap. Denk aan verschuiving, draaiing, spiegeling of een wijziging in aantal onderdelen. Zulke voorbeelden helpen je om de opbouw van de reeks sneller te doorzien.