- Home
- /
- Gids
- /
- Ernst & Young assessment van LTP oefenen: voorbeelden
Ernst & Young assessment van LTP oefenen: voorbeelden
Bereid je voor op het EY-assessment met LTP. Bekijk voorbeelden van veelgebruikte capaciteitstests en oefen gericht met de vraagvormen.
Gericht oefenen voor het EY-assessment
Ga je bij Ernst & Young een assessment van LTP maken, dan is het verstandig om vooraf te kijken naar de vraagtypen die vaak terugkomen. Deze pagina helpt je om met concrete voorbeelden te begrijpen wat je ongeveer kunt verwachten, zonder te doen alsof de test exact voorspelbaar is.
LTP wordt door meerdere organisaties gebruikt, waaronder EY. In zulke assessments gaat het vaak om een combinatie van capaciteitentests, een interview en soms aanvullende opdrachten. Voor je voorbereiding is het vooral nuttig om te weten hoe de bekende vraagvormen eruitzien en welke denkwijze ze vragen.
De voorbeelden op deze pagina zijn bedoeld als oriëntatie. Ze laten zien waar je op kunt letten bij cijferreeksen, matrixen, syllogismen, analogieën en numeriek inzicht, zodat je gerichter kunt kiezen wat je het meest wilt oefenen.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Welke voorbeelden je in de voorbereiding tegenkomt
Bij een LTP-assessment voor EY draait het meestal om herkenning, logisch redeneren en zorgvuldig werken onder tijdsdruk. De voorbeelden die het meest relevant zijn, sluiten daarom aan op de manier waarop je informatie verwerkt en verbanden legt.
- Cijferreeksen: je herkent het patroon in een reeks getallen en bepaalt welk getal logisch volgt.
- Matrixen en figuurreeksen: je zoekt een regel in patronen, vormen of posities.
- Syllogismen en analogieën: je oefent met logisch afleiden en het leggen van verbanden tussen begrippen.
- Rekenvaardigheid en numeriek inzicht: je werkt met berekeningen, tabellen of grafieken en let op nauwkeurigheid.
Door met dit soort voorbeelden te oefenen, raak je vertrouwd met de opbouw van de opdrachten. Dat helpt vooral bij het maken van keuzes: sneller zien welk type redenering nodig is, en minder tijd verliezen aan zoeken naar een eerste stap.
Hoe je voorbeelden praktisch gebruikt
Gebruik de voorbeelden niet als voorspelling van de exacte test, maar als hulpmiddel om je aanpak te bepalen. Kijk bijvoorbeeld of je vooral vastloopt op patronen herkennen, logisch redeneren of rekenen onder tijdsdruk. Dan weet je beter waar je voorbereiding het meeste oplevert.
Voor dit type assessment werkt het vaak goed om eerst rustig te oefenen zonder tijdsdruk en daarna pas sneller te gaan werken. Zo bouw je vertrouwen op in de vraagvormen voordat je de druk van het echte assessment toevoegt.
Als je al weet dat je vooral moeite hebt met cijfers, kun je meer aandacht geven aan rekenvaardigheid en numeriek inzicht. Twijfel je juist tussen abstracte en verbale opdrachten, dan zijn matrixen, figuurreeksen, syllogismen en analogieën een logische start.
Een logische voorbereiding in stappen
- Begin met de vraagtypen die het vaakst voorkomen binnen LTP-assessments.
- Werk eerst aan begrip van de opgave en daarna aan snelheid.
- Vergelijk je aanpak per voorbeeld om te zien waar fouten ontstaan.
- Richt je laatste oefenronde op de onderdelen die voor EY het meest relevant voor je voelen.
Zo’n aanpak maakt je voorbereiding overzichtelijk. Je hoeft niet alles tegelijk te trainen; het gaat erom dat je met een rustige en herhaalbare manier van werken aan het assessment begint.
Voor kandidaten die een uitnodigingsmail van LTP hebben ontvangen, is dit een praktische manier om doelgericht te oefenen voor het onderdeel capaciteitentests.
Waar deze voorbereiding in de praktijk op neerkomt
Stel dat je een reeks getallen ziet waarin steeds eenzelfde bewerking terugkomt. Dan is het nuttig om eerst de structuur van de reeks te benoemen voordat je naar het antwoord kijkt. Bij een figuurreeks doe je iets vergelijkbaars, maar dan met vormen, rotaties of posities.
Bij een numeriek vraagstuk kun je te maken krijgen met een tabel of grafiek. Dan gaat het niet alleen om rekenen, maar ook om het juist lezen van de gegevens en het maken van een verstandige keuze binnen beperkte tijd.
In verbale of logische voorbeelden, zoals syllogismen of analogieën, draait het vaak om precies lezen en het herkennen van de juiste relatie tussen begrippen. Dat maakt deze onderdelen geschikt om je besluitvorming te trainen: eerst de informatie ordenen, daarna pas antwoorden kiezen.