- Home
- /
- Gids
- /
- Achmea oefenen met Harver (NOA) voorbeelden
Achmea oefenen met Harver (NOA) voorbeelden
Oefen gericht voor het Achmea assessment met voorbeelden van HFM, LTP en Harver (NOA). Focus op de onderdelen die je het eerst moet herkennen.
Gericht starten met de meest voorkomende onderdelen
Bij een Achmea-assessment is het verstandig om eerst te kijken welke aanbieder je krijgt: HFM, LTP of Harver (NOA). In de uitnodigingsmail staat meestal welk online assessment je moet maken, dus die mail is het startpunt voor je voorbereiding.
Met voorbeelden van de vraagtypen raak je sneller vertrouwd met de opzet. Richt je eerst op de onderdelen die in deze trajecten het vaakst terugkomen, zoals cijferreeksen, analogieën, syllogismen en figuurreeksen. Dat helpt je om de vraagvorm te herkennen voordat je op tempo gaat oefenen.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Voorbeelden per aanbieder gebruiken
De inhoud verschilt per assessmentvorm, maar de voorbereiding volgt steeds hetzelfde principe: begin met de onderdelen die het meest waarschijnlijk zijn voor jouw traject. Zo voorkom je dat je tijd steekt in vraagtypes die minder relevant zijn.
- HFM: figuurreeksen, cijferreeksen, syllogismen en analogieën
- LTP: syllogismen, cijferreeksen, matrixen, rekenvaardigheid, numeriek inzicht en analogieën
- Harver (NOA): cijferreeksen, exclusie en analogieën
Voorbeelden werken het best als je eerst let op de logica achter de vraag. Kijk dus niet alleen naar het juiste antwoord, maar vooral naar het patroon, de relatie of de uitsluitingsregel die je moet toepassen.
Wat je uit voorbeelden kunt halen
Bij analogieën draait het om het herkennen van een duidelijke relatie tussen twee begrippen. Bij syllogismen ga je stap voor stap na of een conclusie logisch volgt uit de gegeven informatie. In figuurreeksen en matrixen let je op herhalingen, verschuivingen en combinaties van kenmerken.
Bij cijferreeksen is het nuttig om eerst de eenvoudigste patronen te zoeken, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen. Als dat niet direct werkt, kijk dan naar een combinatie van regels of een patroon over meerdere stappen heen.
Voor exclusie is een gestructureerde aanpak belangrijk. Vergelijk kenmerken rustig en bepaal welk onderdeel afwijkt op vorm, positie, aantal, richting of andere zichtbare eigenschappen.