- Home
- /
- Gids
- /
- Baker McKenzie matrixen voorbeelden voor je assessment
Baker McKenzie matrixen voorbeelden voor je assessment
Bekijk voorbeelden van matrixen voor het Baker McKenzie assessment en leer hoe je patronen herkent binnen de GITP-capaciteitentest.
Voorbereiding op matrixen binnen Baker McKenzie
Bij het Baker McKenzie assessment kun je te maken krijgen met matrixen als onderdeel van de capaciteitentest. Die test wordt afgenomen door GITP en kan ook andere onderdelen bevatten, zoals analogieën, cijferreeksen en figuurreeksen.
Met voorbeelden raak je vertrouwd met de opzet van matrixvragen. Dat helpt je om rustiger te werken en sneller te zien welk patroon in de figuren zit.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Hoe matrixen in deze selectie terugkomen
Een matrix bestaat meestal uit een raster van 3 bij 3 vakjes, waarbij één figuur ontbreekt. Je onderzoekt hoe vormen, posities of eigenschappen zich door het raster ontwikkelen en gebruikt dat patroon om het juiste antwoord af te leiden.
Voor Baker McKenzie is dat vooral relevant omdat je score wordt afgezet tegen een normgroep. Vooraf oefenen helpt je dus niet alleen om de vraagvorm te herkennen, maar ook om onder tijdsdruk systematischer te werken.
Waar je op let in een voorbeeldmatrix
- Veranderingen in vorm, grootte of oriëntatie
- Terugkerende patronen per rij of kolom
- Combinaties van eigenschappen over meerdere vakjes
- Antwoorden die logisch aansluiten op de reeks
Zo gebruik je voorbeelden gericht
Werk eerst met eenvoudige voorbeelden waarin het patroon duidelijk zichtbaar is. Ga daarna pas naar voorbeelden met meerdere kenmerken tegelijk. Zo bouw je stap voor stap inzicht op zonder te snel naar een oplossing te springen.
Lees elk voorbeeld rustig door en benoem hardop wat je ziet: wat verandert er, wat blijft gelijk en hoe verschuift het patroon? Die aanpak maakt je redenering overzichtelijk en vergroot je zelfvertrouwen tijdens het assessment.
Voorbeelden uit de oefenpraktijk
In een voorbeeld kan een rij telkens dezelfde vorm bevatten, maar in elke stap iets draaien. In een ander voorbeeld verandert de positie van de figuur per vakje volgens een vaste volgorde. Dit soort situaties laat zien dat je niet één losse afbeelding moet beoordelen, maar vooral het verband tussen de vakjes.
Je komt ook voorbeelden tegen waarin twee kenmerken tegelijk veranderen, bijvoorbeeld vorm en schaduw of positie en aantal elementen. Dan helpt het om die kenmerken apart te volgen en pas daarna samen te brengen tot één patroon.
Handige aanpak bij oefenvoorbeelden
- Bekijk eerst de hele matrix, niet alleen het lege vakje.
- Splits het patroon op in afzonderlijke kenmerken.
- Controleer of het patroon per rij, per kolom of beide loopt.
- Vergelijk daarna de antwoordopties met je redenering.
Rustig en consistent oefenen
Een goede voorbereiding draait niet om het memoriseren van losse trucjes. Het gaat erom dat je bij elk voorbeeld dezelfde logische volgorde gebruikt, zodat je minder afhankelijk wordt van toeval of snelle aannames.
Omdat de capaciteitentest onderdeel is van een breder assessment, is het prettig om vertrouwd te raken met de manier van vragen stellen. Zo begin je met meer overzicht aan de selectie en kun je je aandacht beter verdelen over de verschillende onderdelen.