- Home
- /
- Gids
- /
- KPMG analogieën: tips voor je assessmentvoorbereiding
KPMG analogieën: tips voor je assessmentvoorbereiding
Bereid je gericht voor op KPMG-analogieën binnen LTP of Harver (NOA) met praktische tips, oefenfocus en een slimme aanpak onder tijdsdruk.
Gericht beginnen met oefenen
Voor het KPMG-assessment is het verstandig om eerst te focussen op de onderdelen die vaak terugkomen in de uitnodiging, zoals analogieën, syllogismen en cijferreeksen. Bij analogieën draait het om het herkennen van de relatie tussen woorden of begrippen en het kiezen van de best passende overeenkomst.
Omdat KPMG via LTP of Harver (NOA) kan werken, verschilt de exacte samenstelling per uitnodiging. Controleer daarom eerst je mail en bepaal welke modules voor jouw assessment het meest relevant zijn. Zo voorkom je dat je te breed oefent en houd je je voorbereiding praktisch.
De meest effectieve start is: eerst vertrouwd raken met het vraagtype, daarna tempo opbouwen. Dat helpt vooral bij verbaal redeneren, waar nauwkeurig lezen en rustig vergelijken belangrijk zijn.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Waar je bij analogieën op let
Bij analogieën zoek je naar hetzelfde verband als in het voorbeeldpaar. Dat verband kan gaan over betekenis, functie, categorie, onderdeel-geheel of een andere duidelijke relatie. Als je de relatie goed benoemt, wordt het eenvoudiger om de juiste antwoordoptie te kiezen.
Lees elk woordpaar precies en probeer eerst in eigen woorden te zeggen hoe de woorden samenhangen. Kijk daarna pas naar de antwoordopties. Zo houd je je redenering strak en voorkom je dat een optie alleen goed lijkt door een los woord dat bekend voorkomt.
Oefen niet alleen op snelheid, maar vooral op patroonherkenning. Wie het verband snel ziet, houdt meer tijd over voor lastigere vragen binnen het assessment.
Praktische oefenaanpak voor dit onderdeel
- Begin met enkele oefenvragen zonder tijdsdruk om de relatie tussen de woorden rustig te analyseren.
- Noteer welke relatie je zag, bijvoorbeeld betekenis, functie of categorie, zodat je je denkstappen herkent.
- Oefen daarna met tijdslimiet om te wennen aan het tempo van een online assessment.
- Herhaal vooral vragen die je fout had, zodat je patronen sneller leert herkennen.
Deze aanpak sluit goed aan op de opbouw van de KPMG-voorbereiding, waarin cognitieve capaciteitstests centraal staan en aanvullende metingen zoals persoonlijkheid of gedrag ook kunnen voorkomen. Door eerst analogieën te begrijpen en daarna pas op tempo te sturen, bouw je gerichter vertrouwen op.
Slim prioriteren binnen je voorbereiding
Begin met de onderdelen die in de uitnodiging zijn genoemd. Bij KPMG komen vaak figuurreeksen, cijferreeksen, syllogismen en analogieën voor. Als analogieën in jouw assessment zitten, is dat een logische plek om meteen mee te starten, omdat je daar snel verschil kunt maken met gerichte oefening.
Neem daarna de andere onderdelen mee in een vaste volgorde: eerst begrip van het vraagtype, vervolgens accuracy, daarna snelheid. Zeker bij assessments van LTP en Harver helpt het om per module een duidelijke routine te hebben.
Houd ook rekening met het niveau van de functie waarop je solliciteert. De voorbereiding blijft in de kern hetzelfde, maar de druk en het tempo kunnen verschillen. Een rustige, consistente oefenaanpak werkt daarom meestal beter dan alles tegelijk willen trainen.
Wat dit KPMG-bundel je oplevert
Dit bundel sluit aan op een assessment dat via LTP of Harver (NOA) wordt afgenomen en helpt je oefenen met de onderdelen die daar vaak in voorkomen. Je werkt vooral aan cognitieve capaciteitstests, met aandacht voor verbaal, numeriek en abstract redeneren.
Voor analogieën krijg je daarmee een praktische basis om verbanden sneller te zien en antwoordopties zorgvuldiger te vergelijken. Dat maakt de voorbereiding bruikbaar voor verschillende functies binnen KPMG, van analyst tot manager en verder.
- Controleer altijd eerst de uitnodigingsmail voor de juiste testonderdelen.
- Oefen eerst de meest voorkomende modules, daarna pas de rest.
- Gebruik fouten om patronen en valkuilen te herkennen.