- Home
- /
- Gids
- /
- KPMG assessment analogieën: voorbeelden en uitleg
KPMG assessment analogieën: voorbeelden en uitleg
Bereid je voor op KPMG-assessments met voorbeelden van analogieën. Oefen verbaal redeneren voor LTP en Harver (NOA) met vertrouwen.
KPMG-assessment voorbereiden
Bij een KPMG-assessment via LTP of Harver (NOA) komen vaak onderdelen terug die verbaal, numeriek of logisch redeneren toetsen. Analogieën zijn daarbij een vast onderdeel in veel trajecten en vragen je om verbanden tussen begrippen snel te herkennen.
Deze pagina helpt je gericht te kijken naar voorbeelden van analogieën en naar de manier waarop zulke opgaven zijn opgebouwd. Zo raak je vertrouwd met de vraagvorm voordat je aan het echte assessment begint.
Probeer direct een voorbeeldvraag
Zo krijg je meteen gevoel bij de vraagstijl en de meerwaarde van de oefenomgeving.
Hoe analogieën in deze context werken
Bij analogieën draait het om de relatie tussen twee woorden of begrippen. Die relatie kan gaan over betekenis, functie, categorie of een ander logisch verband. In een assessment gaat het erom dat je dat verband herkent en dezelfde relatie kiest in een andere woordencombinatie.
Voor KPMG betekent dit meestal dat je niet alleen snel moet denken, maar ook precies moet lezen. Zeker onder tijdsdruk helpt het om eerst het verband in het voorbeeldpaar te benoemen en daarna pas de antwoordopties te vergelijken.
De opgaven sluiten aan op verbaal redeneren en komen vaak voor naast andere capaciteitstests, zoals cijferreeksen, matrixen, syllogismen en rekenvaardigheid. Daardoor is het nuttig om analogieën apart te oefenen, zodat je de structuur van dit onderdeel goed herkent.
Voorbeelden van relaties die je kunt tegenkomen
Een veelvoorkomend voorbeeld is een relatie op basis van categorie, zoals een specifiek onderdeel binnen een grotere groep. Denk aan de verhouding tussen een instrument en de bredere categorie waarvan het deel uitmaakt. In de test moet je dan een tweede woordpaar vinden met dezelfde structuur.
Ook functie-relaties komen vaak voor. Dan beschrijft het ene woord wat iets doet of waarvoor het dient, en het andere woord het object zelf. Het is handig om zulke voorbeelden niet letterlijk te onthouden, maar te leren herkennen welk type verband je ziet.
Soms gaat het om een relatie in betekenisrichting, bijvoorbeeld iets dat leidt tot een gevolg, of een actie die hoort bij een bepaald resultaat. Door telkens rustig te bepalen wat de kernrelatie is, vergroot je de kans dat je de juiste antwoordoptie kiest.
Praktische aanpak tijdens het oefenen
Begin met het hardop benoemen van de relatie tussen de woorden in het voorbeeldpaar. Dat klinkt eenvoudig, maar het helpt om te voorkomen dat je te snel naar losse woorden kijkt in plaats van naar het verband.
Vergelijk daarna de antwoordopties één voor één met dezelfde relatie. Als meerdere opties in de buurt komen, kijk dan naar de precieze richting van het verband. Bij analogieën is exactheid belangrijker dan een globale overeenkomst.
Oefen met een rustige, vaste volgorde. Lees eerst het voorbeeld, bepaal het verband, scan dan de opties en controleer ten slotte of de relatie logisch en volledig klopt. Die aanpak geeft houvast, ook als de opgaven in het assessment sneller aanvoelen dan tijdens het oefenen.
Gericht trainen voor LTP en Harver (NOA)
Omdat KPMG met verschillende assessmentproviders werkt, kan de inhoud per uitnodiging verschillen. In de mail staat meestal welk type assessment je ontvangt en welke onderdelen relevant zijn. Controleer die informatie dus goed voordat je begint met oefenen.
Als analogieën in jouw traject voorkomen, is het verstandig om dit onderdeel te combineren met andere verbale en cognitieve oefeningen. Zo bouw je vertrouwdheid op met de stijl van vragen en met het tempo dat in een online assessment gevraagd wordt.
Voor veel kandidaten helpt het om voorbeelden te bestuderen zonder direct te zoeken naar ingewikkelde regels. Door simpelweg vaak genoeg te oefenen met het herkennen van verbanden, wordt het makkelijker om onder tijdsdruk kalm en nauwkeurig te blijven.